U bent hier

Energiebesparing industrie vier keer kostenefficiënter dan offshore windenergie

Het Nederlandse bureau CO2-net voerde een interessante studie uit: “Modelaanpak voor de financiering van industriële energie-efficiëntieprojecten”. Het doel is een brug te slaan tussen institutionele investeerders en industriële energie-efficiëntieprojecten. Want nu ligt er in de Nederlandse industrie minstens 2,2 miljard euro aan onuitgevoerde maatregelen, goed voor een emissiereductie van maar liefst 13 miljoen ton CO2. De nood is er, het geld ook. Het is aan de overheid om de markt van energiebesparing in de industrie aan te zwengelen.

Naar een transparante energie-efficiëntiemarkt

Investeringen in energiebesparing in de industrie blijven liggen, door een gebrek aan interne investeringsruimte, handhaving, regie, kennis of passende financieringsconstructies. Investeringsprioriteiten liggen eerder bij volumegroei van het bedrijf. In andere gevallen is er soms te weinig beschikbaar personeel om energiebesparingsprojecten in detail uit te werken en op te volgen. Door de onbenutte investeringen blijven heel wat kansen liggen om de uitstoot van CO2 te verminderen.

De Nederlandse studie geeft een reeks aanbevelingen waardoor de industrie de besparingen wél kan realiseren. Om te beginnen adviseren de onderzoekers om andere financieringsinstrumenten in te zetten voor de technologieleveranciers, en op die manier het marktpotentieel aan besparingsmaatregelen te vergroten. Een tweede maatregel is het oprichten van een fonds om projecten gebundeld te financieren. Hiervoor zou een uniforme methodiek ontwikkeld moeten worden door de industrie, institutionele beleggers en technologiebedrijven. Zo’n platform brengt de vraag van de industrie en het aanbod van financierders en technologieleveranciers samen: bijvoorbeeld rond restwarmte-uitwisseling en interne procesverbeteringen met hoogwaardige technologieën.

De onderzoekers adviseren ook dat de overheid de markt van energie-efficiëntie zichtbaarder en transparanter moet maken door elk jaar de grootte en structuur van die energie-efficiëntiemarkt te schetsen. Een analyse van de verschillende categorieën van investeringsomvang, terugverdientijden en types van bedrijven kunnen zo de basis vormen voor investeerders om deze markt te beoordelen.

CO2-net pleit ook voor de verplichting van een energiemanagementsysteem en ISO50001-certificatie in de industrie. Hierdoor zouden automatisch meer opportuniteiten geïdentificeerd en uitgevoerd worden. Tot slot geeft de studie aan dat verplichtingen om energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd tot 5 jaar te nemen, bedrijven veel meer zou aanzetten om externe financiering te zoeken.

Energy Service Companies kunnen energie besparen in industrie

Vaak hebben industriële eindgebruikers budgetbeperkingen, waarbij lokale vestigingen van internationale bedrijven intern moeten knokken om budgetten voor energie-efficiëntie los te weken. Voor energie-intensieve bedrijven is 2,5 jaar de maximum terugverdientijd.

Energy Service Companies (ESCO’s) zijn een manier voor de industrie om energie-efficiëntiemaatregelen uit te besteden. ESCO’s kunnen een hele waaier aan diensten leveren: energie-audits, projectidentificatie en design, aankoop en installatie van materiaal, verbruiksmetingen, onderhoud en training. ESCO’s kunnen de ingrepen ook voorfinancieren, of mee op zoek gaan naar externe financiering. Vooral bij duidelijk af te bakenen projecten met een terugverdientijd tussen 2 en 5 jaar komen ESCO’s in aanmerking. Maar ook terugverdientijden tussen 5 en 7 jaar kunnen de moeite waard zijn voor externe financierders.

Industriële energie-efficiëntie is volgens de onderzoekers trouwens enorm rendabel. De gemiddelde kosteneffectiviteit bedraagt 7,2 miljoen euro investeringen voor een besparing aan fossiele brandstoffen van 1 PJ over 15 jaar. Dat is vier maal efficiënter dan investeringen in offshore windenergie op de Noordzee (29,9 miljoen euro) in 1 PJ hernieuwbare elektriciteit over eenzelfde periode van 15 jaar.

Vlaanderen mag meer ambitie tonen

Het contrast met de huidige situatie en het ambitieniveau in Vlaanderen is opmerkelijk. “Vlaams fonds voor energie-efficiëntie kent amper succes”, kopte De Tijd nog eerder deze maand. De Vlaamse investeringsmaatschappij PMV rondde in 2017 met amper één start-up een investeringskader van 2,5 miljoen euro af. Dat leidde tot 19 projecten bij KMO’s, waarin PMV 595.000 euro investeerde en voor 3,9 miljoen euro private middelen aantrok.

Een specifieke aanpak voor meer investeringen in energie-efficiëntie, ook in de energie-intensieve, dringt zich op.

Lees de studie (Engelstalig)

Belesco Energy Services & Financing Day 2018 op 20 juni

Benjamin Clarysse

Beleidsmedewerker energie Bond Beter Leefmilieu