U bent hier

Vlaamse overheid slecht rolmodel voor energie-efficiëntie

Het Rekenhof is hard voor de energie-efficiëntie van de Vlaamse overheidsgebouwen. De overheid geeft allesbehalve het goede voorbeeld. Zo ligt de lat veel te laag, heeft de overheid weinig zicht op patrimonium- en energiedata, en is de uitvoering van de energetische ingrepen zo’n kluwen dat de overheid zelfs geen overzicht heeft van alle uitgevoerde werken. Beterschap lijkt niet meteen in zicht.

Minimale invulling van Europese richtlijnen

De Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EPBD) en de Europese Energie-Efficiëntie Richtlijn (EED) verplichten lidstaten om werk te maken van hun gebouwrenovaties. Beide richtlijnen beklemtonen de voorbeeldfunctie van overheidsgebouwen. Maar al bij de omzetting van de richtlijnen naar Vlaamse regelgeving, liet de Vlaamse overheid steken vallen, stelt het Rekenhof.

Zo moest het systeem van de energieprestatiecertificaten (EPC) in de eerste plaats ‘eenvoudig en financieel haalbaar’ zijn. Daardoor geeft het EPC geen nauwkeurig beeld van de energieprestaties van overheidsgebouwen. De Vlaamse regelgeving heeft de overheidsinstanties bovendien niet verplicht de aanbevelingen in de certificaten daadwerkelijk uit te voeren, met als gevolg dat amper 36% van de gebouwbeheerders rekening houdt met de aanbevelingen van het EPC.

Lat ligt te laag

De EED laat lidstaten de keuze bij de omzetting: de standaardaanpak (waarbij de overheid jaarlijks 3% van de vloeroppervlakte van haar gebouwen renoveert), of de alternatieve aanpak (waarbij de overheid moet aantonen dat haar inspanningen tot minstens dezelfde besparing leiden). Vlaanderen koos voor de alternatieve aanpak, die meer flexibele – en wellicht goedkopere – maatregelen toelaat. De Vlaamse overheid argumenteerde daarbij dat een betere dakisolatie voor een kantoorgebouw gelijkstaat met een renovatie van ongeveer 25% van de oppervlakte van de bouwschil, en dus een ingrijpende renovatie van het gebouw is. De Vlaamse overheid heeft vervolgens ook gebruik gemaakt van alle uitzonderingsgronden om zo weinig mogelijk van haar gebouwen op te nemen in de verplichtingen.

Gevolg: het vierde Vlaamse energie-efficiëntieplan, dat invulling moet geven aan de Europese verplichtingen, gaat uit van een zeer lage doelstelling: 5,9 gigawattuur besparen over 7 jaar. Dat staat gelijk met een bijkomende dakisolatie van 10 cm in ongeveer 30 gebouwen: een lachertje. Op deze manier haalde Vlaanderen zijn besparingsdoelstellingen voor de periode 2014-2020 al tegen eind 2016. Straffer zelfs: alleen al de uitgevoerde maatregelen in het Graaf de Ferraris-gebouw zijn voldoende om de volledige Vlaamse doelstelling tegen 2020 te realiseren.

Uitvoering en financiering zijn een kluwen

Naast het Vlaams Energieagentschap (VEA), staan nog twee andere entiteiten in voor de uitvoering van het Vlaams beleid rond overheidsgebouwen: het Facilitair Bedrijf (FB) en het Vlaams Energiebedrijf (VEB), die elk hun eigen plannen, doelstellingen en financiering gekregen hebben om energie te besparen. Vooral bij het VEB zijn de financieringsstromen en de voorwaarden volgens het Rekenhof veel te complex, waardoor tal van kansen gemist worden.

Alle overheidsdiensten hebben de opdracht om jaarlijks 2,09% energie te besparen: de zogenaamde kaasschaafmethode. Het Rekenhof vraagt zich terecht af of dat wel de meest kostenefficiënte manier is. De Vlaamse overheid lijkt haar eigen studie uit 2016, “Strategienota Renovatie niet-residentiële gebouwen”, helemaal vergeten te zijn. Hier kwam duidelijk de aanbeveling naar boven om te werken met benchmarking: eerst de groep van de slechtste gebouwen aanpakken en grondig renoveren in plaats van hier en daar wat oplapwerk te verrichten.

Wat niet weet, wel deert

Het Rekenhof stelt dat het Vlaams Energieagentschap (VEA) onvoldoende controles uitvoert op de publieke gebouwen. VEA heeft zelfs geen zicht op het aantal publieke gebouwen dat een EPC zou moeten hebben. De gerapporteerde besparingen zijn bovendien berekende besparingen, geen werkelijk gemeten resultaten. Het VEA volgt ook de kostprijs van de genomen maatregelen niet op, hoewel dat een beter zicht op de geïnvesteerde middelen en hun kostenefficiëntie zou opleveren. Reden: het agentschap wil de rapporteringsverplichtingen van de agentschappen zo beperkt mogelijk houden en Europa vraagt geen financiële gegevens.

Practice what you preach

Het Rekenhof hoopt dat de Vlaamse Regering rekening zal houden met haar aanbevelingen bij de opmaak van het Energie- en Klimaatplan 2030. Het is nodig, want in het ontwerpplan staat voor de periode tot 2030 nog helemaal geen nieuw beleid vermeld rond energiebesparing in overheidsgebouwen.

De kritiek van het Rekenhof is eigenlijk in grote lijnen door te trekken naar heel het hoofdstuk energiebesparing in het Energie- en Klimaatplan 2030: de overheid mikt te laag, de doelstellingen zijn niet cijfermatig onderbouwd en gaan zeker niet uit van het beschikbare potentieel. De tegenstelling tussen Tommeleins woorden (“energie-efficiëntie is prioritair”) en het daadwerkelijke beleid, is pijnlijk groot.

Rapport van het Rekenhof

Benjamin Clarysse

Beleidsmedewerker energie Bond Beter Leefmilieu